Seiryoku zen’yō
Maximale doeltreffendheid met minimale inspanning.
Judo, de ‘zachte weg’, is meer dan een sport. Het is een vormingsweg die geest, techniek en lichaam samenbrengt.
Op deze pagina laten we zien waar judo uit is opgebouwd: de drie pijlers waarop een judoka groeit en de zes grondbeginselen onder elke techniek.
Jigoro Kano vatte de kern van judo samen in twee Japanse principes. Ze beschrijven hoe je doelmatig handelt en samen met anderen groeit.
Maximale doeltreffendheid met minimale inspanning.
Wederzijdse welvaart en welzijn.
Judo ontwikkelt de hele mens: geest, techniek én lichaam. Deze drie pijlers versterken elkaar. Daar waar ze samenkomen, groeit een judoka.
Pas jij de zes grondbeginselen toe in je judo? Deze basisbewegingen (基本動作) vormen het fundament onder elke techniek.
Houding: Een stabiele, ontspannen houding als basis voor alle bewegingen.
Lichaamsbeweging: Draaien en verplaatsen om je tegenstander te bespelen en jezelf te beschermen.
Uit balans brengen: De tegenstander uit evenwicht brengen, de sleutel tot elke worp.
Pakking: De juiste greep op de judogi om controle en richting te krijgen.
Voetenwerk: Lopen en bijzetten: soepel en gebalanceerd bewegen over de mat.
Afstand & timing: De juiste afstand tot je tegenstander kiezen en het juiste moment kiezen.